anno.nl  |  tijdsbeelden.nl  |  ohwatbenjemooi.nl  |  tweedewereldoorlog.nl  |  lesvanhetjaar.nl

Een stoomtrein, moet dat nou?

Aan het begin van de negentiende eeuw telde Nederland op economisch gebied nauwelijks meer mee. De industrialisatie die in Engeland en Frankrijk al volop aan de gang was, kwam hier niet van de grond. De stoomtrein bracht verandering.

Arend, collectie Het Spoorwegmuseum, 2007
De Arend, Spoorwegmuseum, Utrecht.

In onze buurlanden reden al enkele jaren treinen rond. Dat wilde koning Willem I ook. Zijn onderdanen waren minder enthousiast, want de trekschuit beviel toch prima? De koning maakte zich daarom persoonlijk sterk voor het aanleggen van een Nederlands spoorwegnet. 

Op 20 september 1839 reed de eerste stoomlocomotief van Amsterdam naar Haarlem, de 'Arend'. Hij deed daar 25 minuten over, een wereldtijd vergeleken met de trekschuit. Veel mensen bleven kritisch. Ze waren bang voor de enorme snelheid en schrokken van het kabaal. Een anonieme Delftse dichter beschreef het als volgt: 'Wat vloog die trein! Wat floot die fluit! Wat gaf die stoom een naar geluid!' Hij zou voor geen goud in zo'n lawaaiige machine stappen. 'Ga ik voor een pretje uit, kruip nog veel liever in de schuit, of rijd met Koens of Jonker.' Die laatste twee waren stalhouders die paarden en koetsen verhuurden. Zij zagen de nieuwerwetse trein als grote concurrent, als een ordinaire brooddief. 

Toen het spoor er eenmaal lag, waagden toch steeds meer mensen zich in de trein. Het ging ten slotte wel lekker snel. Ook voor de werkgelegenheid had het voordelen. De industrialisatie kon op stoom komen. De dichter trok daarom aan het kortste eind, net als de stalhouders. Koens bijvoorbeeld ging al na een paar jaar failliet en zijn paarden werden in het openbaar verkocht. De vooruitgang trok aan het langste eind. 

Arend, collectie Het Spoorwegmuseum, 2007