Lokaal kabaal
Plaatselijke partijen zijn populair: in 2006 deden er meer dan ooit mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. En dat zij zeer succesvol kunnen zijn, hebben Leefbaar Oegstgeest en Leefbaar Rotterdam in het verleden laten zien.
![]() |
Naast landelijke partijen, zoals de PvdA en het CDA, doen er ook lokale partijen mee aan de gemeenteraadsverkiezingen. Meestal onder gekke namen als Leiden Weer Gezellig en Amsterdam Anders. Vaak zijn ze opgericht uit protest of omdat ze de stem van de gewone burger willen laten horen. Ze hebben gemeen dat ze zich volledig willen richten op plaatselijke problemen. Bij de komende verkiezingen zullen de lokale partijen vast veel stemmen halen, maar dat is niet altijd zo geweest.
Leefbaar Oegstgeest
Tot ver in de twintigste eeuw stemden mensen vooral op een grote, landelijke partij waarmee ze zich vanwege hun geloof of positie in de maatschappij verbonden voelden. Er waren wel lokale partijen, maar die waren zo klein dat ze weinig hadden in te brengen. Eind jaren tachtig veranderde dat: mensen vonden dat landelijke partijen niet genoeg aandacht besteedden aan problemen in hun woonplaats. Een goed voorbeeld is Oegstgeest. Daar luisterde het gemeentebestuur in 1992 niet naar de bezwaren van burgers over een nieuw gebouwencomplex. Sommige Oegstgeestenaren vonden dat het bestuur tegenover haar burgers stond, in plaats van ernaast, en richtten een eigen partij op: Leefbaar Oegstgeest. De partij won 42 procent van de stemmen en de plannen werden aangepast. Burgers konden dus echt een verschil maken!
De naam Leefbaar werd daarna populair bij lokale partijen, die steeds vaker de verkiezingen wonnen, zoals Leefbaar Rotterdam in 2002 met Pim Fortuyn. De leden van plaatselijke partijen hebben vaak weinig ervaring, waardoor onderling ruzie en chaos kan ontstaan. De leefbaarheid is dan in de partij en gemeente ver te zoeken en de nieuwe partij krijgt bij de volgende verkiezingen vaak alweer veel minder stemmen.











