Méér woningen
De Communistische Partij Nederland (CPN) had in de jaren na de Tweede Wereldoorlog een grote aanhang. Vooral arbeiders voelden zich aangetrokken tot een partij die de belangen van de gewone man in het oog hield.

Tijdens en net na de Duitse bezetting werd de Communistische Partij Nederland (CPN) door iedereen geprezen, omdat de partij een belangrijke rol in het verzet had gespeeld. Maar door de Koude Oorlog was de wereld in twee machtsblokken verdeeld. Na de communistische machtsgreep in Praag in 1948 en het neerslaan van de Hongaarse Opstand door de Sovjet-Unie in 1956 laaide het anti-communisme hoog op in Nederland.
Plotseling behoorde de CPN tot de vijand, want Nederland wilde geen Russische kolonie worden. In 1956 werden zelfs gebouwen van de CPN belegerd en hield de geheime dienst CPN-partijleden in de gaten. Verder kreeg de partij geen radiozendtijd, werd het ambtenaren verboden lid van de partij te zijn en begonnen alle andere partijen, van links tot rechts, een fanatieke anti-communistische campagne.
Het ondermijnen van de communisten leek te werken: de partij leverde zetels in, hoewel het communistische blad De Waarheid de positie van CPN 'ongeschokt' noemde. De communisten streden intussen onverminderd voort. Ze bleven strijden voor hogere lonen voor arbeiders en meer sociale woningbouw, waar ook deze verkiezingsposter naar verwijst.










