Zuiderzee werd IJsselmeer
In mei 1932 werd het laatste gat in de Afsluitdijk gedicht. De bedenker van dit spectaculaire waterproject, Cornelis Lely, werkte er tientallen jaren aan.
![]() |
| Het laatste gat in de afsluitdijk, 27 mei 1932 |
Als pas afgestudeerd ingenieur was Cornelis Lely in 1888 verantwoordelijk voor het plan de zoute Zuiderzee af te sluiten en gedeeltelijk in te polderen. Als minister van Waterstaat loodste hij de plannen door het kabinet en als uitvoerder was hij verantwoordelijk voor de bouw. Drie jaar voor de voltooiing stierf hij.
Lely was niet de eerste die op het idee kwam de Zuiderzee af te sluiten. De eerste plannen dateerden al uit de zeventiende eeuw. Toen de afsluiting uiteindelijk serieus werd overwogen, was de economische rol van de Zuiderzee al uitgespeeld. Alleen vissers en binnenschippers bevoeren haar nog. Maar waarom moest deze zee een zoet binnenmeer worden, waar zelfs voor de vissers niets meer te halen viel?
De kustbewoners konden wel een reden hiervoor bedenken als hun huizen weer eens onderliepen, wat een paar keer per jaar gebeurde. Bij echte stormvloed, zoals in 1916, verdween zelfs het eiland Marken tijdelijk onder de golven. Iedereen was het erover eens dat dit soort rampen nooit meer mochten gebeuren. Lely kreeg groen licht voor zijn plannen. Want de bouw van een dijk van 32 kilometer was veel goedkoper dan het ophogen van de gehele kustlijn.
Bovendien kon bij een afsluiting een deel van het IJsselmeer worden drooggelegd. Tijdens de crisisjaren was de voedselschaarste groot. Extra landbouwgrond was welkom. Dat het zoete water de vissers brodeloos maakte, werd op de koop toe genomen. Op 28 mei 1932 werd de Afsluitdijk gesloten.












