De NSB: opkomst en ondergang
Zeventig jaar geleden was het Nederlandse nationaal-socialisme op haar hoogtepunt. Bij de provinciale verkiezingen op 18 april 1935 won de NSB 8% van de zetels.
![]() |
Bij de provinciale verkiezingen van 1935 stemde onverwacht bijna 8 procent van de kiezers op de NSB: vooral boeren, middenstanders en rijkere burgers. Dat percentage was twee jaar later, bij de kamerverkiezingen, al gehalveerd. Mussert werd gewantrouwd. Hoewel hij niet uitgesproken antisemitisch was, bejubelde hij Hitler en omringde hij zich met racisten. Bovendien verafschuwden velen het geweld rond de beweging: er waren regelmatig vechtpartijen met de 'zwarthemden' van de NSB.
Na de Duitse inval in mei 1940 veranderde de positie van de NSB. In de bezettingstijd kregen NSB'ers allerlei belangrijke banen, zoals burgemeestersposten of bedrijfsleider van bedrijven waarvan de joodse eigenaars waren weggevoerd. De NSB had baat bij de pro-Duitse koers en telde in 1943 honderdduizend leden.
Toch bleven velen de NSB'ers met de nek aankijken. Dus toen de geallieerden op dinsdag 5 september 1944 - Dolle Dinsdag - Nederland naderden, vluchtten 65.000 NSB'ers richting Duitsland. Onderweg werden ze vernederd en bedreigd. Britse piloten bombardeerden een van hun treinen bij Diemen.
Voor veel NSB-families kwam het oorlogsleed pas na 1945. Hun collaboratie met de Duitsers werd hen hun hele leven nagedragen: zij waren 'fout' geweest. Slechts enkele hooggeplaatste NSB'ers kregen een daadwerkelijke veroordeling. Mussert werd in 1946 geëxecuteerd.










