anno.nl  |  tijdsbeelden.nl  |  ohwatbenjemooi.nl  |  tweedewereldoorlog.nl  |  lesvanhetjaar.nl

Tijd van ontdekkers en hervormers

In 1555 doet keizer Karel V afstand van de troon, waarbij zijn rijk in tweeën wordt gesplitst. Zijn zoon bestuurt vanuit Spanje, als Filips II, een enorm rijk, met ook gebieden in Italië en in Midden- en Zuid-Amerika. Filips (1527-1598) erft eveneens de titel van landsheer van de Nederlanden. Hij is voortdurend in oorlog met het Ottomaanse Rijk, de grote dreiging uit het oosten, maar ook met de Franse en de Engelse buurstaten. Filips erft van zijn vader ook het probleem van de Reformatie (hervorming) van het rooms-katholieke geloof. Een brede protestbeweging van gelovigen keert zich onder meer tegen de macht van de paus en corruptie binnen de kerk.

Desiderius Erasmus. Prent in bezit van het Iconografisch Bureau van het RKD.
In de noordelijke Nederlanden gaat de 'Moderne Devotie' aan de Reformatie vooraf: een beweging van geestelijken in Overijssel ('broeders des gemenen levens') die eenvoud prediken en in de kerk een grotere invloed toekennen aan niet-geestelijken (leken). In steeds fellere conflicten onder christenen bepleit Desiderius Erasmus (1469-1536) verdraagzaamheid. Hij laat zich mild spottend uit over de katholieke praktijken van zijn tijd. Erasmus, om zijn geleerdheid in heel Europa beroemd, heeft grote invloed op een nieuwe geestelijke stroming in Europa, het humanisme. Humanisten bepleiten terugkeer naar de Griekse en Romeinse teksten en een zuivere beleving van het christelijk geloof. Beroemd wordt Erasmus' kritische uitgave van de bijbel.

De uitvinding van de boekdrukkunst maakt het mogelijk dat velen nu de religieuze geschriften lezen. Onder de eerste protestanten zijn veel 'doopsgezinden', die de bijbel aandachtig lezen en zich slechts laten dopen na een persoonlijke geloofsbelijdenis.

Sommige doopsgezinden vormen anarchistische, sekteachtige gemeenschappen, zoals in Munster en Amsterdam. Anderen leiden, op aansporing van predikant Menno Simonsz. (1496-1561) uit het Friese Witmarsum, een burgerlijk bestaan, gekenmerkt door spaarzaamheid en afkeer van geweld.

De belangrijkste hervorming komt vanuit Vlaanderen. Deze is geïnspireerd door Johannes Calvijn (1509-1564) uit Genève, die de nadruk legt op de directe band tussen God en gelovige. Een gewijde priester is hierbij niet meer nodig als onmisbare bemiddelaar. Calvinistische predikanten verenigen zich in een Gereformeerde Kerk. In de calvinistische uitleg van het christelijke geloof staat zondebesef centraal, evenals de hoop op verlossing door Gods genade en niet door de biecht.

 Als streng katholiek is landsheer Filips fel tegen deze 'ketters'. Hij laat hen dan ook streng vervolgen. Velen eindigen op de brandstapel. Wanneer groepen gewelddadige protestanten in 1566 allerlei katholieke kerken plunderen in een Beeldenstorm laat Filips meedogenloos terugslaan. Hij stuurt een Spaanse legeraanvoerder, de Hertog van Alva (1507-1582), naar de Lage Landen om de bewoners tot gehoorzaamheid aan koning en katholieke kerk te dwingen. Ze moeten niet alleen de roomse kerk trouw blijven, ze moeten ook hoge belastingen blijven betalen die Filips nodig heeft om zijn vele oorlogen te betalen.

Alva kent geen pardon. Honderden opstandige protestanten worden ter dood veroordeeld. Er komt een bijzondere belasting van tien procent (de 'tiende penning') op de handel in roerende goederen. Dit verergert de onrust, die langzaam overgaat in een 'Opstand', die later de naam Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) krijgt. Omdat Filips II zijn aandacht en geld over vele roerige gebieden moet verdelen, lukt het hem uiteindelijk niet de Opstand te onderdrukken.

Het eerste succes voor de opstandelingen komt in 1572 met de verovering van Den Briel door Watergeuzen, een zeelegertje van gevluchte protestantse edelen en piraten. Het bewind dragen zij op aan prins Willem van Oranje (1533-1584). Enkele tientallen Hollandse en Zeeuwse steden kiezen kort daarop de zijde van de Opstand.

Willem van Oranje, de rijkste en machtigste edelman in de Nederlanden, ontwikkelt zich tegen wil en dank tot leider van de opstandelingen. Daarmee begint de nauwe band tussen de Oranjedynastie en Nederland. De Prins van Oranje leidt weliswaar de strijd tegen de 'Koning van Hispanje', maar hij probeert ook verzoenend op te treden. Hij is tegen religieuze scherpslijperij, zowel van katholieken als van protestanten. Hij probeert de Nederlandse gewesten aan te sporen tot godsdienstige verdraagzaamheid, vastgelegd in de Pacificatie van Gent (1576), maar dit blijft zonder succes.

In 1579 verenigen zeven noordelijke gewesten (en nog enkele Vlaamse steden) zich op aandrang van Holland tot een Unie van Utrecht, om zich te verdedigen tegen de Spaanse troepen. De tekst van dit unieverdrag valt te beschouwen als de eerste grondwet van de noordelijke Nederlanden. De zuidelijke gewesten voelen meer voor verzoening met Filips II. Hier tekent zich de breuk af tussen het latere België en Nederland.

In 1580 zet Filips een prijs op het hoofd van Willem van Oranje. In antwoord hierop zeggen de Staten-Generaal in 1581 de gehoorzaamheid aan de Spaanse koning op, in een zogeheten Plakkaat van Verlatinghe. Willem van Oranje wordt in 1584 daadwerkelijk vermoord in Delft, waar hij ook wordt begraven. Sindsdien laten overleden Oranjes zich in een grafkelder in de Nieuwe Kerk van Delft bijzetten.

De moord op Willem van Oranje kan de onafhankelijkheid van de noordelijke Nederlanden niet meer tegenhouden. De kracht van deze nieuwe staat blijkt uit vele expedities van de handelsvloot naar verre gebieden. Beroemd is de tocht van twee Hollandse schepen die proberen 'Indië' te bereiken via de Poolzee. Na een barre overwintering op Nova Zembla, in het 'Behouden Huys' (1596/1597), keert slechts een handjevol ontdekkingsreizigers heelhuids terug. Maar de expansiedrift blijft. De jacht op handelsgoederen en commerciële nederzettingen in de Oost en de West is geopend.

 

Bron: WIkipedia

 

Dit is hoofdstuk 5 uit Kortweg Nederland, een uitgave uit 2005 van Anno en NRC Handelsblad en geschreven door Jan Bank, Gijsbert van Es en Piet de Rooy. 

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 6