Grenzen vervagen
Sinds 1992 is Nederland lid van de Europese Unie. Vanaf dat moment duiken opeens richtlijnen uit Brussel op. Er komt een Europees paspoort en een gemeenschappelijke munt.
![]() |
| Bron: Wikipedia |
![]() |
| Oprichting van de EEG, 25 maart 1957. |
![]() |
| EU-top in Maastricht, 1991. |
![]() |
| De kaart van het nieuwe Europa. |
In 1952 zette Nederland, samen met vijf andere landen, de eerste stappen naar een Europese Unie met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Het bijzondere was dat deze handel niet langer viel onder de verantwoordelijkheid van de landen, maar onder één hoger, Europees gezagsorgaan. Ging het hierbij aanvankelijk alleen om een gezamenlijke staal- en kolenmarkt, vijf jaar later breidde de afspraak zich uit naar de hele economie. De Europese Economische Gemeenschap (de EEG) was een feit.
Dit had alles te maken met al het oorlogsgeweld dat Europa in de voorgaande eeuw had geteisterd. Na de Tweede Wereldoorlog (1940-1945) vonden de Europese politici, de Franse voorop, het genoeg. Ze hoopten duurzame vrede te bereiken door de Europese landen voortaan samen te laten werken.
De EEG was nog maar het begin. In 1991 kwamen de Europese leiders bij elkaar in Maastricht om te praten over uitbreiding van de bestaande afspraken. De nieuw op te richten Europese Unie moest bestaan uit samenwerking op drie gebieden: niet alleen economie, maar ook veiligheid en justitie.
Het lidmaatschap van de Europese Unie betekende voor Nederlanders onder meer dat ze zonder controle de grenzen binnen de Unie over mochten, een nieuw Europees paspoort kregen en zonder speciale vergunning in het buitenland aan het werk konden. Voor mensen van buiten de EU werd het aanzienlijk moeilijker Nederland binnen te komen.














