anno.nl  |  tijdsbeelden.nl  |  ohwatbenjemooi.nl  |  tweedewereldoorlog.nl  |  lesvanhetjaar.nl

De Nederlands-Belgische burgeroorlog

Het Verenigd Koninkrijk van zeventien Nederlandse en Belgische provincies was maar een kort leven beschoren. Binnen vijftien jaar braken de Belgen los uit het opgedrongen staatsverband en begonnen een eigen land.

Portret van Koning Willem I (1772-1843), Josef Paelinck, 1819, Rijksmuseum Amsterdam
Portret van Willem I (1772-1843).
Legerkamp van Nederlandse troepen te Rijen, anoniem, 1831 tot 1835 , Rijksmuseum Amsterdam
Legerkamp van Nederlandse troepen te Rijen, in of na de 10-daagse veldtocht in 1831.

Na de val van Napoleon in 1815 bedachten Europese regeringsleiders in Wenen dat er een nieuwe staat moest komen. Een 'Verenigd Koninkrijk' van 17 Belgische en Nederlandse provincies moest een buffer vormen tegen het machtige Frankrijk. De Nederlandse Oranjefamilie mocht de koning leveren: Koning Willem I. 

De nieuwe staat kwam niet van harte tot stand: Belgische volksvertegenwoordigers weigerden in 1815 bijvoorbeeld de nieuwe grondwet te ondertekenen. Dat bleek voor de autoritaire Willem I geen probleem. Onder het motto 'wie zwijgt stemt toe' rekende hij de thuisblijvers bij de voorstemmers, waardoor een keurige meerderheid ontstond. Een mooi staaltje 'Hollandsche rekenkonst'. 

In 1830 waren de Belgen het zat onderdeel van het Verenigd Koninkrijk te zijn. De Hollandse overheersing, de achtergestelde positie van katholieken en van Franssprekenden kwam hen de keel uit. Na een operavoorstelling in Brussel sloeg de vlam in de pan en begon een opstand. Willem I stuurde in 1831 een leger op pad om deze de kop in te drukken. 

Deze 'tiendaagse veldtocht' was militair een groot succes tegen de slecht georganiseerde Belgen. Maar de internationale diplomatie bleek succesvoller. De grote landen erkenden België als onafhankelijke staat. 'België' was geboren. Pas in 1839 legde Willem I zich hier, mokkend, bij neer.