Hypotheekrente naar veertien procent
Na de huizencrisis in de Verenigde Staten raakten dit jaar ook al huiseigenaren in Spanje en Ierland in de problemen. Komen ook de Nederlandse huizenprijzen in een vrije val terecht, net als in jaren tachtig?
In de jaren zeventig was het nog bijzonder aantrekkelijk om een huis te kopen. De lage hypotheekrente maakte je eigen droomhuis betaalbaar. Tot in 1979 de tweede oliecrisis uitbrak. Ayatolla Khomeini nam toen de macht in Iran over en zette de olie-export op een lager pitje. Hierdoor stegen de prijzen in het Westen.
Om de inflatie in toom te houden, werd de rente verhoogd. Zo remde de Nederlandse Bank de prijsstijgingen. Maar door de onwaarschijnlijk hoge hypotheekrente – tot wel veertien procent – kwamen huizenbezitters in de problemen: de woonlasten stegen enorm. Daar kwam bij dat de regering de lonen en uitkeringen juist had verlaagd. Hierdoor moesten veel mensen méér dan alleen avondje uit of een vakantie missen. Ruim achtduizend mensen konden hun hypotheek niet meer betalen en moesten hun huis verkopen. Ter vergelijking: in 1978 kwam dit slechts één keer voor.
De gedwongen verkoop liet de voormalige huiseigenaren achter met een schuld van tienduizenden guldens. De waarde van huizen daalde in een razend tempo. Potentiële kopers haakten af, afgeschrikt door de hoge hypotheekrente. En zo kon een huis waarvoor ooit twee ton was betaald, plotseling nog maar 170.000 gulden waard zijn. Huizenbezitters zagen hun vermogen in rook opgaan.
Na 1985 kwam er weer goed nieuws: de prijzen stegen onafgebroken. Maar of die stijging ook dit jaar nog zal aanhouden, moeten we afwachten.
|
|
Beeld: Spottekening over de aftrek van hypotheekrente bij wisseling van hypotheek, gepubliceerd in Elseviers Weekblad van 27 augustus 1983. |










