Van freak tot held
Er was nog nooit zoveel media-aandacht voor de Paralympics als nu. Een teken dat je als gehandicapte tegenwoordig geen zielig, hulpbehoevend hoopje bent, maar ook een held kunt zijn.
|
|
| Circusdirecteur P.T. Barnum met de artiest Jack Barrett |
Eind achttiende eeuw kwam er een revival van dit soort 'freakshows': massa's mensen vergaapten zich op kermissen en in circussen aan fenomenen als 'Martha het armloze wonder' en de Siamese tweeling 'Zip en Pip'. Dit soort shows werd tot in de twintigste eeuw gegeven: een 82-jarige vrouw herinnert zich nog dat ze in Rotterdam naar Lilliputstad ging, een rondreizend dorp waar kleine mensen hun dagelijks leven 'speelden' voor publiek.
|
|
| Het Britse basketbalteam tijdens de wedstrijd tegen Zuid-Afrika |
In Nederland kreeg dit pas na de Tweede Wereldoorlog een impuls. De regering zette toen een revalidatieprogramma op voor oorlogsslachtoffers, waar sport een belangrijk onderdeel van was. Nederland deed in 1952 als eerste buitenlandse deelnemer mee aan de tweede editie van de Stoke Mandeville Spelen in Engeland: de eerste aanzet voor de Paralympische Spelen. De vier Nederlandse handboogschutters eindigden ergens in de middenmoot, en keerden enthousiast terug naar Nederland: de Nederlandse gehandicaptensport was geboren.










