Gijzeling koningin verijdeld
Met een klusbusje en een nepbom toonde journalist Alberto Stegeman aan dat de beveiliging van paleis Noordeinde zo lek is als een mandje. Jonge Zuid-Molukkers wilden op 3 maart 1975 al de beveiliging van Soestdijk testen. Alleen wilden zij koningin Juliana écht ontvoeren.
‘Op die ochtend had ik mij voorbereid op de dood en ook al met mijn strijdmakkers, met mijn kameraden, met mijn opa gebeden voor wat er mocht komen. En toen zijn we die ochtend vertrokken’, zo vertelde leider van de gijzelingsactie Jack Malawau in 2005 aan EénVandaag. Op naar paleis Soestdijk. Het plan: de poort rammen met vrachtauto, paleiswacht uitschakelen en op naar de slaapkamer van de koningin.
Met de ontvoering wilden de jongeren afdwingen dat Nederland zich zou inzetten voor een vrije republiek der Molukken, onafhankelijk van Indonesië. Met datzelfde doel pleegden jonge Molukkers in de jaren zeventig meer gijzelingsacties, waaronder twee treinkapingen en een gijzeling in een lagere school.
Maar ver kwamen de gijzelnemers die derde maart niet. Ze werden verraden. In de buurt van Lunteren hielden politieagenten de auto van twee van hen aan. Zij vonden wapens en munitie. De Koninklijke Marechaussee werd opgetrommeld om het paleis extra te beveiligen. Peter Nijmeijer was een van de marechaussees die ’s nachts - in beschonken toestand – in pantserwagen naar het paleis trok. ‘Wij kregen maar één opdracht. Alles wat door het hek probeerde te rammen, werd zonder pardon onder vuur genomen’, schrijft hij daarover. Maar dat was niet nodig. Na de arrestatie hadden de andere Molukkers besloten hun plan af te blazen.
In de weken daarna werden zeventien verdachten gearresteerd. Zij hadden wapens en plattegronden van Soestdijk. Hun plannen gaven ze al snel toe. Ze kregen gevangenisstraffen tot zes jaar voor een plan dat ze niet hadden uitgevoerd.










